Hoofdstuk 6 Overgangs- en slotbepalingen

Actuele regelgeving

  1. Artikel 6:1 Wijziging Regeling tachograafkaarten

    1.   Artikel 2, derde lid, onderdelen a en b, van de Regeling tachograafkaarten, komt te luiden:

        a.    een geldige bevoegdheidspas als bedoeld in artikel 1:1, tweede lid, van de Regeling tachografen overlegt;
        b.    onder gezag of in de hoedanigheid van een erkenninghouder als bedoeld in artikel 1:1, tweede lid, van de Regeling tachografen, werkzaamheden verricht, of

    2.    Artikel 7, tweede lid, onder b, van de Regeling tachograafkaarten, komt te luiden:

    3.    In artikel 11, derde en vierde lid, van de Regeling tachografen, wordt “artikel 1, onderdeel d, van de Regeling controleapparaten 2005” vervangen door “artikel 1:1, tweede lid, van de Regeling tachografen”.  

    Artikel 6:2 Overgangsbepalingen

    1. Een erkenning als installateur of reparateur verleend op grond van de Regeling controleapparaten 2005 wordt gelijkgesteld met een erkenning tachograaf verleend op grond van deze regeling.
    2. Een bevoegdheidspas verstrekt op grond van de Regeling controleapparaten 2005, wordt voor de resterende looptijd gelijkgesteld met een bevoegdheidspas als bedoeld in artikel 2:6, eerste lid.
    3. Aan de eisen ten aanzien van de hefbrug dan wel inspectieput zoals opgenomen in bijlage I van deze Regeling wordt voldaan op 1 juli 2020.    
    4. Een erkenning als installateur of reparateur, verleend op grond van de Regeling controleapparaten 2005 zoals die luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop deze regeling in werking treedt, voor een mobiele onderzoekseenheid die op grond van artikel 2a:3, eerste lid, geldigheid heeft, vervalt met ingang van 1 juli 2025.

    Artikel 6:3 Inwerkingtreding

    Deze regeling treedt in werking met ingang van 15 juni 2019.  

    Artikel 6:4 Intrekking regelgeving

    De Regeling controleapparaten 2005 wordt ingetrokken.  

    Artikel 6:5 Citeertitel

    Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling tachografen.    

    Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.    

    DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,  

    drs. C. van Nieuwenhuizen Wijbenga